Ruim 20 jaar geleden raakte ik op het werk bevriend met een collega die zeer opgetogen kon vertellen over zijn hobby: genealogie! Zijn eigen voorouders had hij tot in de 16de eeuw opgespoord en in een boekwerkje aan zijn huidige familie bekend gemaakt; ook de namen van de voorvaders en voormoeders van zijn vrouw had hij tot in 1600 kunnen achterhalen. Zijn enthousiasme maakte ook mij benieuwd en omdat Truus en ik voor andere redenen vaak in Twente waren, maakte ik van de mogelijkheid gebruik ook eens te gaan buurten bij oudere familieleden en bekenden om aldus iets meer over vroeger te weten te komen. Al snel bleek dat een bezoek aan het Rijksarchief, het Mekka van de genealogist, noodzakelijk was. Bij een tweede bezoek aan dat archief in Zwolle kwam ik er achter dat mijn overgrootvader van vaderskant Kalter heette. Ik ben die dag naar huis gereden met de toen verbijsterende gedachte: ik ben geen Wolbert, ik ben een Kalter! Later bleek dat ook Kalter slechts een tijdelijke naam was geweest in de familie en dat onze oudste voorvaders ten Grootenhuys heetten.
Dit zoeken en vinden van gegevens over onze voorouders was een bijzonder enerverend werk. Vooral het thuiswerk, als je de stukken uit het archief vertaalde en na soms lang puzzelen de gegevens in elkaar bleken te passen, gaf je een enorm tevreden gevoel.
Ik hoop dat de nu gereed gekomen familiekroniek met veel genoegen zal worden gelezen en dat de huidige en toekomstige lezers zich een goed beeld kunnen vormen van het wel en wee van onze voorouders.
Tot slot spreek ik de wens uit dat de goede eigenschappen van onze voorgangers dominerend op hun nakomelingen zullen overgaan.
Gerard Wolbert, Augustus 1996


