11. Jan Wolbert

Jan Wolbert ° 1818 † 1876 ouders: zie hoofdstuk 10
x 1855
Geertruida Klieverik ° 1824 † 1875

Jan, de oudste zoon van Jan Kalter op Wolbert en Joanna Olde Hamsink, had in 1855 genoeg van het wachten thuis op een plaats op het Wolbert. Hij huwde het meisje van zijn keuze en vond een wönnerplaats in Saasveld in de buurt van Daggel. Waar hij en Geertruida Klieverik precies woonden weten we dank zij de ijverige pastoor Aarnink, van 1856 tot 1873 zielenherder van de parochie Saasveld. Deze bezocht in die periode al zijn 150 parochiegezinnen en noteerde nauwkeurig de familiegegevens; dit register is nog in het parochiearchief aanwezig. In september 1860 komt hij op bezoek bij het gezin van Jan Wolbert en Geertruida Klieverik:
Boershuis
Johannes Wolbert (Boershuis) bewoont een huis van Gerhardus Johannes Winkelhuis. Hij is 42 jaar oud, zoon van Johannes Wolbert en Joanna oude Hamsink. Zijn echtgenote is Geertruida Klieverik, oud 36 jaar en dochter van Fredericus Klieverik en Geertruida Kaleupink.
Kinderen: Johannes, oud 4 jaar, Joanna, oud 2 jaar en Maria, oud 6 maanden.
Bij hen woont ook Hendricus Tinselboer, oud 59 jaar.
Het dienstmeisje heet Joanna Kip en is 13 jaar oud.
De boerderij heette dus het Boershuis en Jan Wolbert noemt zich kennelijk ook al Boershuis gezien de naam tussen haakjes achter zijn naam. Naast de knecht hebben ze Joanna Kip, een dochter van Jan's halfzuster Geertrui, als meid. Het Boershuis ligt aan de Gunnerstraat te Saasveld en de tegenwoordige bewoner is de fam. Zum Grotenhoff. Voordat Jan en Geertruida van het Boershuis vertrekken wordt nog een vierde kind geboren, Gerhardus, de stamvader van de Wolberts in Beuningen, zie hoofdstuk 12.

Naar Kalter
In de Twentse courant van 27 september 1862 staat een advertentie: 'Openbare verkoop erve Kalter, 26 ha. 92 roeden en 20 ellen groot, aanwijzing zal worden gegeven door Jan in Oude Kalter'. Burgemeester Hendrik Wilmink van Weerselo wil het Kalter dus kwijt. Op acht oktober kon men inzetten op 6 afzonderlijke percelen en de belangstellenden waren: Mulder, logementhouder te Oldenzaal, H. Hampsink uit Lemselo en Jan Wolbert uit Dulder. Voor perceel één, een stukje bouwland van ruim 26 are, was grote belangstelling.
Mulder zette in op ƒ 126,-, Hampsink bood op met ƒ 29,- en Mulder deed daar nog eens ƒ 25,- bij. Toen op 15 oktober de 6 percelen in slag werden gelegd was Jan Wolbert met zijn 'mijn' bij ƒ 3.928,- de koper. Zo werd het Kalter waar Jans grootvader ongeveer vijftig jaar op had gewerkt als pachter en waarop Jans vader was geboren, zijn eigendom. En de rollen waren omgedraaid: zijn vader was een Kalter op Wolbert, hij was een Wolbert op Kalter. Nu was het Kalter echter een boerderij van ruim 26 ha. Jan komt veel geld te kort en hij neemt dan ook een hypotheek van ƒ 3500,-. Als borg treedt op zijn broer Gerrit Jan.
Als nu in 1862 de halfbroer van Jan, Gerhardus, op het Stegeman introuwt, kan men met recht zeggen dat de Wolberts het niet slecht gedaan hebben in Lemselo. Eén Wolbert op het Wolbert, één op het Kalter en één op Stegeman en allen als eigenaar.
Wonend op Kalter worden nog twee kinderen geboren, Geziena in 1865 en Gerrit Jan in 1869. Het plezier van het hebben van een eigen erf en van een zestal gezonde kinderen heeft jammer genoeg maar vijf jaar geduurd. Het noodlot sloeg weer toe op het Kalter, zou het dan toch in de pôst zitten?
Begin 1875 overlijdt Geertruida Klieverik, nog maar 49 jaar oud en in december 1876 volgt Jan Wolbert haar in het graf, ook nog maar 58 jaar oud.

Jan Wolbert ° 28-7-1818 † 12-12-1876 (Lemselo)
Bx 24-7-1855
Geertruida Klieverik ° 24-2-1824 † 14-1-1875
|
+ Jan ° 1856
|
+ Joanna ° 1858
|
+ Maria ° 1860
|
+ Gerhard ° 1862
|
+ Geziena ° 1865
|
- Gerrit Jan ° 1869

De achterblijvers
Jan en Geertruida lieten na hun overlijden kinderen achter in de leeftijd van zeven tot twintig jaar. De oudste, Jan, in mei 1876 als loteling in militaire dienst gegaan (2de regiment infanterie te Maastricht), verzocht en kreeg vervroegd verlof per 1 april 1877 om het werk op de boerderij van zijn vader over te nemen. Hij moet weliswaar in 1879 nog een maand in dienst terug maar dan is hij er vanaf. Zie ook zijn paspoort op de volgende pagina.

Kleine schandaaltjes
Joanna, het oudste meisje, was toen ze de taak van haar moeder moest overnemen nog geen zeventien jaar en het is ongetwijfeld een moeilijke tijd geweest voor de kinderen Wolbert op Kalter. Niet alleen tegenslag en verdriet zitten vast aan het Kalter (zie vorige hoofdstukken). Ook herhaalt zich de geschiedenis voor wat betreft de kleine schandaaltjes. Maria, die de huishouding doet nadat in 1887 Joanna met Jan Bekhuis naar Hengelo is getrouwd, raakt in 1891 in verwachting terwijl ze blijkbaar geen kennis heeft aan een man. In mei 1892 bevalt ze van een zoon die ze Jan noemt. Bij de aangifte wordt de vader niet genoemd. In 1900 trouwt ze met Jan Hampsink, klompenmaker te Losser, zoon van Jan Hampsink en Janna Helt uit Lemselo. Bij dit huwelijk erkent Jan Hampsink het kind als het zijne. Frappant detail is dat ook in 1839, wanneer de ongehuwde Joanna Kalter een kind baart, er ook iemand met de naam Helt bij betrokken is. Dit voorval is waarschijnlijk de reden voor de andere broers en zussen om de verdeling van de boedel van hun ouders te bewerkstelligen.

Boedelscheiding
Op den tienden April achttienhonderd twee en negentig compareerden voor mij Johannes Bartel Stork, notaris, residerende te Oldenzaal, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
  1. Johannes Wolbert, landbouwer
  2. Gradus Wolbert, landbouwer
  3. Maria Wolbert, landbouwster
  4. Gesina Wolbert, landbouwster
  5. Johannes Bekhuis, fabrieksarbeider in huwelijk hebbende Johanna Wolbert
  6. Gerrit Jan Wolbert, landbouwer.

De comparanten sub een, twee, drie, vier en zes zijn te Weerselo, de comparant sub vijf te Hengelo woonachtig en allen aan mij notaris bekend.
En verklaren de comparanten bij deze te willen overgaan tot scheiding en verdeeling des boedels indertijd in gemeenschap bezeten geweest tusschen de echtelieden Johannes Wolbert en Geertruida Kliverik alsmede hunner nalatenschappen. Gevende zij vooraf te kennen:
Dat in het jaar achtien honderd vijf en zeventig is overleden Geertruida Kliverik, in leven zonder beroep gewoond hebbende te Weerseloo, zonder eenig testament te hebben gemaakt, tot hare eenige erfgenamen nalatende hare zes kinderen, geboren uit haar huwelijk met Johannes Wolbert met namen Johannes, Gradus, Maria, Gesina en Johanna Wolbert en Gerrit Jan Wolbert, ieder voor een zesde gedeelte.
Dat in het jaar achtienhonderd zes en zeventig is overleden Johannes Wolbert tot zijne eenige erfgenamen nalatende zijne zes voornoemde kinderen ieder voor gelijk gedeelte.
Dat die gemeenschappelijke boedel bestaat uit het navolgende:
Actief

Het Boerenerve de Kalder genaamd, gelegen in Lemseloo, gemeente Weerseloo, bestaande in erve, bouw en hooiland, bosch en heide grond en hakhout, kadastraal bekend in sectie H nommers, 266, 267, 272, 273, 274, 275, 276, 277, 278, 279, 280, 442, 440, 517, 566, 567, 573, 574, 721, 726,739, 728, 740 en 756 te zamen groot vijf en twintig hectaren en twintig aren. Door partijen in de minne gewaardeerd op vierduizend gulden f.4000,-
Eenige meubilaire goederen en inboedel daaronder begrepen de levende have en veldgewassen. Als voren gewaardeerd op duizend gulden f.1000,-
Bedragende het actief te samen vijf duizend gulden f.5000,-
Passief

Eene hypothecaire schuldvordering wegens geleend geld, groot drie duizend gulden ten behoeve van Johann Bernard Kûes geboren Neerschuld, landbouwer,
wonende te Bienen, Kerspel en Ambt Linden ƒ

3000

-
Eene vordering wegens geleend geld ten behoeve van denzelfden, groot zes honderd gulden
ƒ

600


-
Aan de weduwe Willemse te Oldenzaal, wegens geleend geld tweehonderd gulden
ƒ

200


-
Aan Banerink te Lemseloo, gemeente Weerseloo wegens geleend geld honderd gulden
ƒ

150


Op de bovenstaande schuldvorderingen nog te betalen renten tot op heden vijftig gulden
ƒ

50


-
Bedragende het passief te zamen vierduizend gulden ƒ

4000

-

Recapitulatie.
Het actief bedraagt vijf duizend gulden ƒ 5000,-
het passief daarentegen vierduizend gulden ƒ 4000,-
zoodat overblijft een duizend gulden ƒ 1000,-
waarin ieder der deelgerechtigden gerechtigd is tot een zesde gedeelte of honderd zes en zestig gulden zes en zestig cent.
Partijen verklaren den eigendom van voorschreven onroerende goederen te hebben verkregen krachtens wettelijke erfopvolgingen in de nalatenschappen hunner ouders, die daarvan de eigendom hebben verkregen bij koop, blijkens processen verbaal van inzate en toewijzing, den achtens en vijftiende October achtien honderd twee en zestig door en ten overstaan van mij notaris opgemaakt en verleden, overgeschreven ten hypotheek kantore te Almeloo den achtsten november daaraanvolgende, in deel honderd een en dertig nommer honderd zeven.
En als nu overgaande tot scheiding en verdeeling,zoo wordt aanbedeeld: aan Johannes Wolbert voornoemd, al de onroerende goederen, hiervoor onder het actief breeder omschreven en aldaar gewaardeerd op vijf duizend gulden
ƒ 5000,-
hem competeert echter honderdzesenzestig gulden, zesenzestig cent ƒ 166,66
zoodat hij te veel ontvangt vier duizend achthonderd
drieendertig gulden vierendertig cent ƒ 4833,34
in voldoening waarvan hij op zich neemt de betaling van alle schulden, onder het passief omschreven tot een totaal bedragvan vierduizend gulden ƒ 4000,- terwijl hij voor de resterende achthonderd drie en dertig gulden vier en dertig cent,die aan zijn broeders en zijne zusters, de comparanten sub twee, drie, vier en vijf en zes ieder voor een bedrag van honderd zes en zestig gulden zes en zestig cent toekomen,met deze is overeengekomen dat hij dat geld onder zich zal kunnen houden en mitsdien bij deze aan hen schuldig erkent, onder belofte die som of sommen geheel of gedeeltelijk te zullen terug betalen mits hem behoorlijk zes maanden te voren opzage is gedaan.
Deze scheiding en verdeling , aldus tot stand gebracht zijnde, zoo verklaarden de comparanten aan elkander aftestaan al de rechten, actiën en aanspraken van eigendom, welke aan een tot dato dezer op het aan den anderen toebedeelde, als behoord hebbende tot eene onverdeelde massa hebben toegekomen.
Gedaan en gepasserd te Oldenzaal ten tijde als boven gemeld, in tegenwoordigheid van Petrus Arnoldus Josephus van Uden candidaat-notaris en Johannes Philippus Davina, zonder beroep, beide wonende te Oldenzaal als getuigen. En is deze minute onmiddelijk na voorlezing door de comparanten Johannes en Gesina Wolbert, Johannes Bekhuis, de getuigen en mij notaris geteekend, verklarende de comparanten Gradus en Maria Wolbert niet te kunnen teekenen, zijnde deze mede na voorlezing door Gerrit Jan Wolbert geteekend.
(geteekend) J. Wolbert, G. Wolbert, J. Bekhuis, G.J. Wolbert, P.A.J. van Uden, J.P. Davina, J.B. Stork Not.

Er valt door de relatief zware hypotheek op het erf niet veel te verdelen. Jan, de oudste, blijft op de boerderij en de andere vijf kinderen krijgen te zijner tijd ieder ƒ 166,66. Opvallend is dat Gradus en Maria hun handtekening niet kunnen zetten terwijl de twee jongste kinderen dat wel kunnen.
Hoe vergaat het de kinderen:

Jan Wolbert ° 21-5-1856 † 13-1-1917
Bx 20-5-1895
Geertruida Wolkotte ° 1868 † 1946

Joanna Wolbert ° 11-4-1858 (Hengelo)
Bx 1887
Johannes Bekhuis ° 1859 (ouders: Albert Bekhuis x Geertruida Olde Hamsink)

Maria Wolbert ° 28-2-1860 † 1-3-1931 (Lemselo)
Bx 1900
Johannes Hampsink ° 1858 † 14-5-1938 (ouders: Jan Hampsink x Joanna Helt)

Gerhardus Wolbert ° 18-3-1862 (Beuningen) zie hoofdstuk 12
Bx 1887
Maria Kristen ° 15-7-1868

Geziena Wolbert ° 18-7-1865 † 1-1-1937 (Lemselo)
Bx 1894
Gerrit Jan Moleman ° 1855 (ouders: Gerrit Jan Moleman x Maria Klöpper)

Gerrit Jan Wolbert ° 17-4-1869 (Rossum)
Bx 1899
Geertruida Mensink ° 1870 (ouders: Jan Mensink x Hermina Tulk)

Jan blijft dus op de boerderij en hij trouwt, bijna 40 jaar oud, met Geertruida Wolkotte uit Denekamp. Dit huwelijk blijft kinderloos en zij beiden zien het ploeteren op een grote boerderij zonder opvolgers niet zo zitten In 1912 verkopen ze mede om de hypotheek op hun erf te verminderen, een aantal ha. grond aan de nieuwe buurman die een huis heeft gebouwd tussen Kalter en Wolbert in, te weten hun neef Herman, de zoon van Lambert Wolbert.
Het is ook Jan, of zoals hij in volksmond genoemd wordt Kalters buurke, die bij deze Herman op de bok zit als ze de bruidswagen rijden bij het huwelijk in 1915 van Lambert Wolbert en Anna Maria Geertruida Engelbertink. De verkleinnaam buurke had hij niet voor niets, hij was slechts 1,57 meter lang.
Op een juniavond in 1917 toen hij tevreden op zijn werk terugkeek zei hij tot zijn vrouw: 'Trui now heb wie 't veur mekaar, wie hebt veur elke weer 'n íezern hek'. Zoveel zelfvoldaanheid (voor elke weide een ijzeren hek) kon natuurlijk niet ongestraft blijven: de volgende dag was Jan dood. Sindsdien is zijn laatste gezegde een gevleugelde uitdrukking geworden in de buurt. Op de grafsteen heeft Trui, ter onderscheiding van de andere Wolberts laten zetten: Johannes Wolbert op Kalter. Trui, die natuurlijk niet zonder mannelijke kracht kon op de boerderij en ook te jong was om alleen te zijn, trouwde spoedig weer met Gerard Nijhuis, ° 5-5-1884 uit Agelo.
Vanaf zijn jeugd heeft Bernard Wolbert, de oudste zoon van buurman Herman Wolbert, op het Kalter geassisteerd. Toen het echtpaar op leeftijd was gekomen heeft Bernard de boerderij over kunnen nemen. Trui overleed in 1946 en Gerard Nijhuis in 1950.
Uit het huwelijk van Gerrit Jan en Trui worden geen kinderen geboren. Voor de rest weten we niet veel van hen. Het verhaal gaat in Rossum dat toen Gerrit Jan ziek was en Trui hem vroeg of ze nog iets te eten voor hem zou kunnen maken hij antwoordde: 'Ja, graag een lekkere pannekoek'. Toen Gerrit Jan de pannekoek ging opeten deed hij dat zo schielijk dat hij zich verslikte en er in stikte. Trui ging binnen de kortste keren weer een huwelijk aan want zei ze: 'met een dode kun je niet leven'.